Gastspreker Robert Verschooten: Verslag (lang)

Verslag “De zin van de Europese verkiezingen”.

 

In het kader van de twee week durende “Maatschappelijke topics”, voor de tweede maal georganiseerd op de Plantijn Hogeschool, mochten de studenten welkom heten aan Robert Verschooten.  Hij is voorzitter van de ESIC, het Europees Studie en informatie Centrum. Dit centrum wil Europa promoten in verschillende scholen. Meneer Verschooten kwam de leerlingen wat meer vertellen over Europa en de Europese verkiezingen die op zondag 7 juni 2009 worden gehouden. De titel van de presentatie was dan ook “De zin van de Europese verkiezingen”.

Het meest treffende wat meneer Verschooten uit de doeken deed, waren de vier grote vooroordelen die heel wat mensen hebben over de Europese Unie. Zelfs vele studenten Journalistiek, waarvan wordt verwacht dat ze geweerd zijn tegen deze stigma’s en andere onkritische opvattingen,  knikten heftig mee toen de vier stellingen werden voorgesteld: Europa is een ver-van-mijn-bed-show, mijn stem heeft geen invloed, Europa is duur en Europa is afstandelijk en onbegrijpelijk.

Verder vertelde meneer Verschooten over de Vlaamse overheid en hun partnerschap met de ESIC, de context van Europa en de burgerzin.

Het blijkt dat Europa toch niet zo’n ver-van-mijn-bed-show is, zoals vele mensen wel denken. Meneer Verschooten legde uit dat gemiddeld 80% van alle wetten die bij ons worden doorgevoerd afkomstig zijn van Europa. België is dus niet zo origineel met zijn wetgeving en bij klachten kun je dus maar beter bij het Europees Parlement gaan aankloppen. De wetten die worden doorgevoerd hebben rechtstreeks invloed op ons beleid en brengt vele voordelen voor de bevolking met zich mee. Het is dus een win-win situatie.

Waarschijnlijk het grootste waar meneer Verschooten op doordramde was dat de stem van “Jan met de Pet”wel degelijk invloed heeft.  Wij zijn verantwoordelijk voor wie er aan de macht komt en wie dan ook zijn zegje kan doen. Alle strekkingen en beleidsbepalingen die zullen volgen, liggen dus momenteel in onze handen. “Proletariërs aller landen, verenigt u”, hoorde ik hem bijna zeggen, ik denk dat hij zijn woorden nog net kon inslikken. 

Meneer Verschooten ontkrachtte dat Europa te duur is, iets waar vele mensen over klagen, maar eigenlijk geen echt idee over hebben. De Belgische overheid brengt een gemiddelde van 40% van het Bruto Binnenlands Product in, terwijl maar 1% naar de Europese Unie gaat. Bovendien wordt met dat geld steun gegeven aan nieuwe landen, structuur opgebouwd en het geld wordt gebruikt voor solidariteit.

Als laatste legde meneer Verschooten uit hoe het kwam dat vele mensen Europa als afstandelijk en onbegrijpelijk ervaren. De conclusie was dat alles afhing van je eigen instelling. Vandaag de dag zijn er genoeg middelen, zoals internet, om alles te weten te komen over het reizen en zeilen van de Europese Unie. De EU is zeker niet ingewikkelder dan andere beleidsniveaus. De kloof tussen de bevolking en Europa is er door de slechte communicatie en de administratie. Maar uiteindelijk wordt er door een sterke samenwerking wel een meerwaarde gecreëerd. 1+1=3, zoals meneer Verschooten het formuleerde.

Overtuiging is niet het sterkste punt van meneer Verschooten. De uitnodiging om gezellig te komen socializen op een receptie  schoot bij velen in het verkeerde keelgat, net zoals zijn hele redevoering over Europa.  Meneer Verschooten slaagde er niet in om mij te boeien. Hij kwam eerder over als een actieve gepensioneerde die nog wat bijverdienste deed door met verwijtende vinger naar jongvolwassenen te zwaaien. Hij vloog,  bijna letterlijk, door de powerpoint en was net niet duidelijk genoeg om de honger van mijn kritische ziel te stillen. Bij sommige verklaringen had ik mijn bedenkingen en mijn wenkbrauw is meermaals de hoogte in gegaan. Op sommige momenten gaf meneer Verschooten zelf toe dat niet alles in de haak zat. Deze presentatie heeft me niet echt voorbereid op de Europese verkiezingen. Maar om toch nog positief te eindigen, de “zin” van de Europese verkiezingen is wel duidelijk gemaakt.

Advertenties

Maatschappelijke topics 2: Verslag

Verslag “Kieswies”.

 

“Kieswies” is een internetquiz over de verkiezingen voor het Europees parlement. Toch roept deze quiz heel wat vraagtekens bij mij op.

De eerste indruk die ik onmiddelijk had bij het openen van de pagina, was dat het erg kinderachtig overkwam. Het idee van een quiz vind ik een leuk idee, maar je kan als instelling het ook op een andere manier aanpakken. Door de kinderachtigheid zie ik niet goed in voor wie deze quiz is gemaakt. Is het voor jongeren, studenten, kiezers, ouderen,…? En dat brengt me bij de volgende opmerking. Als het inderdaad voor kinderen is gemaakt, hoe kunnen ze dan begrijpen wat er allemaal bedoel wordt? In de quiz ben ik woorden tegengekomen als “interne markt”, dit lijkt me geen alledaags woord voor een student uit het secundair. Langs de andere kant moeten deze jongeren ook helemaal nog niet stemmen, dus is het wat voorbarig om zo’n quiz op te stellen voor die leeftijdscategorie, als dat al de bedoeling was. De verschillende thema’s vind ik dan weer wel positief. Zo komt alles toch aan bod en weet je van alles toch wel wat meer. Ook de keuze tussen verschillende niveau’s en tegenspelers is een goed idee, hoewel de vragen zelf op het allergemakkelijkste niveau moeilijk blijken te zijn. Soms krijg je ook rare en onnodige vragen. Er worden dingen zoals “Hoeveel bedraagt de afstand tussen het hoofdkwartier brussel en straatsburg?” en “Welke Europarlementsleden verdienden het meest tijdens de legislatuur 2004-2009?” gesteld. Is dit dan echt nodig? Is het zo’n belangrijke vraag? De vragen zijn soms ook onmogelijk om te beantwoorden. Met gewone parate kennis kom je er niet en je moet al heel wat geleerd hebben over Europa om juist te kunnen antwoorden. Uiteindelijk leer je weinig bij, want je hebt zoveel vragen fout dat je die dingen onmogelijk allemaal kan onthouden zonder de quiz enkele keren opnieuw te maken.

Blogvragen “Journalistieke praktijk”

Radio Crap

 

Wat heb ik gedaan?
Zoals altijd moest er een keuze worden gemaakt wie wat ging doen. We vormden een groepje van vier, Sarah, Els, Jolien en ik, en moesten de taken verdelen. Na een loterij werd er beslist dat ik de nieuwslezer van dienst mocht zijn. Een leuke taak én een goede oefening.
Als tweede hebben we samengezeten om ons radioprogramma van begin tot einde uit te stippelen.

Hoe heb ik het aangepakt?
Voor het radioprogramma kozen we elk enkele liedjes die we leuk vonden en die we graag wilden afspelen. De verschillende onderdelen werden dan één voor één samengevoegd tot een mooi geheel (met presentatie, cultuuragenda,…). Dat werd afgedrukt zodat iedereen kon volgen.
Als nieuwslezer moest ik het nieuws van de dag opschrijven en inlezen. Met de krant in de hand ben ik dan maar aan het werk gegaan en heb ik twee hoofdpunten gemaakt. “De banken verwerpen het reddingsplan voor de Luxemburgse bank Kaupthing en de Fortis-onderzoekscommissie heeft haar lijst met 25-tal knipperlichten vastgelegd.”

Wat was er moeilijk en hoe heb ik het opgelost?
In tegenstelling tot FlashTV en Den Triangel heb ik bij Radio CRAP eigenlijk geen moeilijkheden ondervonden. We hebben het programma enkele keren gedaan, maar dat was meer voor de zekerheid en omdat we het zo leuk vinden in plaats van dat er problemen waren. De samenwerking verliep vlot en het radioprogramma was een succes.

Wat vond ik er leuk aan?
Radio is officieel mijn nieuwe passie. Ik heb altijd al getwijfeld tussen televisie en radio, maar nu werd ik over de streep getrokken. Aan mijn taal moet ik nog werken, maar dat komt wel in orde. Ik zie me later al helemaal in zo’n studio zitten. Lekker veel fun! Alles is eigenlijk gezellig. Het spreken en de muziek is een geweldige comninatie en je kan lekker lui op je stoel blijven zitten.

Gastspreker Journalist in interactie: Kobe Ilsen.

Na een weekje wachten, op dinsdag 10 maart, was het weer zover om een gastspreker te verwelkomen voor het vak Journalist in interactie. Kobe Ilsen, bekend als presentator van Volt, was uitgenodigd om te komen discussiëren over hoe de journalisten in spe het best kunnen omgaan met moeilijke onderwerpen.

 

Kobe Ilsen heeft het één programma “Doodgraag leven” gepresenteerd. Hij volgde Maria, Kim, Martine, Natacha en Patrick hun dagelijks leven gedurende een jaar. Zij lijden allemaal aan een ongeneeslijke kanker. De documentaire vertelt het verhaal van hun ups en downs.

De vraag waar heel het gastcollege om draaide was simpel: Hoe ga je met moeilijke onderwerpen om? Het antwoord werd uiteindelijk in twee woorden samengevat en ik citeer Kobe Ilsen: “Wel, als het een examenvraag wordt zal ik een antwoord geven op de vraag in twee woorden: Heel voorzichtig.” En gelijk heeft hij. Zoals duidelijk werd gemaakt tijdens de presentatie zelf (er ontstonden namelijk veel discussies), zijn de meningen over zulke programma’s zeer verschillend. Je weet nooit wanneer je iemand op de tenen trapt, en bij zo’n uitzending gebeurt dat nogal snel. Kobe Ilsen maakte duidelijk dat het programma niet was bedoelt voor uitbuiting of sensatie, integendeel. Er wordt niet overdreven en de patiënten waarover het programma gaat, kunnen over alles zelf beslissen. Het programma verwezenlijkt iets, laat de mensen nadenken of probeert het toch. De terminale zieken die meededen wilden in sommige gevallen iets achter laten voor hun kinderen, aangezien deze nooit echt de kans hebben gekregen om hun mama of papa echt te leren kennen. Nog een duidelijk voorbeeld dat dit programma niet draaide rond sensatie waren de kijkcijfers. Het waren er niet veel, voor een normaal programma, maar toch werd het verder uitgezonden. Het is de plicht van de openbare zender (één) om verder te kijken dan de cijfers, en dus het verhaal achter de mensen te brengen.
Kobe Ilsen gaf als tip mee dat je niet te erg betrokken mag zijn. Je moet een soort van barrière houden, anders wordt het té emotioneel. Toch snijdt het mes aan twee kanten, want langs de andere kant, moet je wel zorgen dat je in de intieme kring geraakt van de deelnemers, dat is de enige manier om antwoorden krijgen. Je start als wildvreemde, maar moet wel vriend worden om persoonlijke vragen te kunnen stellen.
Uiteindelijk blijft het moeilijk om te weten hoever je mag gaan. Het moet wel altijd correct zijn, maar je mag geen schade berokkenen. Het blijven mensen waarmee je mee bezig bent. En mensen zijn breekbaar.

Gastspreker Journalist in interactie: Pol Deltour.

Dinsdag 3 maart mochten de studenten Journalistiek aan de Plantijn Hogeschool voor hun vak “Journalist in interactie” Pol Deltour verwelkomen in de aula. De nationaal secretaris van de VVJ kwam “babbelen” over alle doelen van deze Vlaamse Vereniging van Journalisten. Hij maakte de drie grote doelen duidelijk die deze organisatie nastreeft: De wettelijke taak, de syndicaten en de deontologie. Kort uitgelegd: Hoe de erkenning als journalist werkt, uitleg over de belangenverdediging van journalisten en de zelfregulering of beroepsethiek.

Als eerste werd er niet veel nieuws verteld over de wettelijke taak van de VVJ.
Aangezien het een examenvraag was hoe de hele vereniging en de erkenning als beroepsjournalist in zijn werk ging, wisten de meeste studenten wel waarover het precies ging. Spijtig genoeg besteedde Meneer Deltour hier zijn meeste tijd aan, en minder aan hetgeen wat hij wilde uitleggen of waar hij voor kwam. Kort gezegd komt het hier op neer: Iedereen kan zich journalist noemen, maar door de wet van 1963 wordt er een onderscheid gemaakt tussen verschillende journalisten. Je kunt dan beroepsjournalist worden, maar je moet wel aan enkele voorwaarden voldoen (Je moet professioneel met journalistiek bezig zijn, je moet werken voor een publieksmedia, je mag het niet combineren met een commerciële nevenactiviteit en ouder zijn dan 21). Natuurlijk hangen aan deze titel een aantal leuke voordelen aan. (Perskaart, gratis met openbaar vervoer, mooi pensioen,…) Mijn droom van gratis filmpjes kijken in de UGC of Metropolis spatte wel bruusk uiteen, want om dit te kunnen doen moet je een extra kaart aanvragen. Maar, er is nog hoop!
Ten tweede werd er kort iets gezegd over het arbeidsstatuut. Er werd een onderscheid gemaakt tussen loontrekkenden (vaste journalist) en zelfstandigen (freelancers). Er gelden verschillende regels voor beiden en ze hebben ook hun eigen voor- en nadelen.
Als laatste werd er nog snel gesproken over het eigenlijke onderwerp, namelijk de zelfregulering. “Wat kan en wat kan niet als journalist?” Dat is eigenlijk de hoofdvraag. Als journalist kun je te maken krijgen met klachten. Meestal kunnen deze worden onderverdeelt in twee categorieën: de correctheid van de informatie en de schending van de privacy. Als burgers met deze klachten zouden aankloppen bij het VVJ, werd het tot vijf jaar geleden door de vereniging zelf opgelost. Nu bestaat er een “Raad van de Journalistiek”. Zij proberen een onmiddellijke oplossing te zoeken, maar spijtig genoeg lukt dit niet altijd. Het grote probleem bij deze deontologie is de persvrijheid. Het moet er zijn (we willen geen WO 2 toestanden krijgen), maar het is niet altijd duidelijk hoever je mag gaan.

Gastspreker Journalist in interactie: Luc Van Loon.

Dinsdag 17 februari mocht de Plantijn Hogeschool Luc Van Loon welkom heten tijdens één van de lessen. De bladenmaker was uitgenodigd om een gastcollege te geven over de commerciële kant van de journalistiek. Hij legde aan de journalisten in spe uit dat er toch wel wat commerciële druk was in de business. Aan de hand van voorbeelden verklaarde Meneer Van Loon de zeven grote drukpunten. Berichtgeving, parallelle berichtgeving, advertenties, PR van bedrijven, de product manager, extended products en community activation zorgen ervoor dat journalistiek toch een commerciële baan kan zijn.

Zelfs in de berichtgeving en de parallelle berichtgeving (sites, GSM, zender,…) wordt er al commercieel nagedacht. Journalistiek is een zware baan, omdat er zoveel concurrentie heerst. En wil je de concurrentie slimmer af zijn, dan moet je commercieel nadenken om klanten te lokken. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door de cover zo spectaculair mogelijk te maken, om zo meer lezers te trekken. Op sites moet het allemaal snel gaan, in de hoop dat er lezers worden overtuigd.
De advertenties spreken voor zich. De journalistiek leeft niet enkel van de lezers, het moet ook rekening houden met adverteerders. Zonder adverteerders zou er niet eens een blad bestaan. Zij scheppen een wereld van het blad, ook wel “community” genaamd.
Ook de PR van verschillende bedrijven is een overduidelijke vorm van commercialiteit. Bedrijven nodigen journalisten uit voor een weekendje Parijs, opdat deze toch maar een goed woordje zouden schrijven over het nieuwe gelanceerde merk. De boodschap is dus kritisch blijven!
De product manager zet het blad commercieel ineen en in dus onlosmakelijk verbonden met het commerciële aspect van de journalistiek. Hij zorgt bijvoorbeeld voor product plus, alle spulletjes die gratis worden bijgegeven.
Extended products zijn alle producten waarvoor de lezer moet bijbetalen, willen ze deze hebbedingetjes bij het blad krijgen. Deze producten zijn natuurlijk doelgroep gebonden. Zo zal Humo voor dvd’s en cd’s zorgen, terwijl De Morgen goedkopere boeken aanbiedt.
Als laatste bestaat er nog de Community Activation, die onzichtbaar te werk moet gaan. Hierbij wordt er geprobeerd een community te activeren, zonder dat het opvalt dat het eigenlijk reclame is. Het kan op vier verschillende manieren gebeuren: Advertorial, Publi-reportage, redactionele integratie en Einsteinprojecten.

Luc Van Loon was een zeer interessante gastspreker. Hij maakte duidelijk dat je hoe dan ook in de journalistiek wel te maken krijgt met commercie, hoewel dit niet de bedoeling is van de journalist. Om te overleven, zullen we toch moeten leren met de druk om te gaan.

Verslag bedrijfsbezoek

Volt

De studenten van het eerste jaar Journalistiek aan de Plantijn Hogeschool maakten de afgelopen week een bedrijfsbezoek aan één van de actuele programma’s van één. Martine Tanghe en Kobe Ilsen presenteren in Volt een mix van reportages en studiogesprekken. Deze week ging Kobe Ilsen onder de Total Body Scan in Duitsland, nodigden de presentatoren gasten uit om te spreken over de nieuwe reclamecampagne voor kernenergie, Thomas Vanderveken deed mee aan het proefproject “grannysitting”, er werd hevig gediscussieerd over het kamperen voor de schoolpoort en de Babyliss haardroger werd getest bij de Volt-reclametest.

Niets is zoals het lijkt op televisie, dat hebben de leerlingen gisteren ook kunnen merken. De studio was kleiner dan verwacht en er moest natuurlijk een hyperactieve man aanwezig zijn die het publiek zou leiden voor wanneer ze precies moesten lachen en in de handen klappen. Veel schone schijn, dus.
Het eerste onderwerp, “Kobe onder de Total Body Scan”, was erg interessant vanwege het medische en kritische aspect. Zo’n Total Body Scan kan inderdaad mensen paranoia maken vanwege één klein stipje dat verkeerd lijkt. Het is leuk voor de mensen die “gezond” worden verklaard, maar voor andere is het een pijnlijke zaak mentaal en in de portefeuille. Toch vind ik goed dat het bestaat, want er zullen altijd wel mensen zijn die er zoveel geld aan willen uitgeven en er iets aan hebben.
Hoewel het onderwerp “kernenergie” me niet echt aanspreekt, ik ben een zware tegenstander, vond ik het wel leerrijk om de verschillende meningen over het thema zo live mee te maken. Ik had inderdaad door dat er “reclame” verscheen, maar wat de precieze bedoeling was van de campagne met zijn “U bent voor, want…” en “U bent tegen, want…” had ik dus overduidelijk niet meteen door, zo bleek tijdens Volt. De discussie vond ik niet zo interessant als bij het onderwerp van “kamperen voor de schoolpoort”, waar minister van onderwijs Frank Vandenbroucke duidelijk in een hoekje werd gedreven door Kobe Ilsen. Zijn cijfertjes wisten niemand echt te overtuigen en ook niemand was er echt in geïnteresseerd. Misschien lukt het smijten van willekeurige cijfers beter in het onderwijs zelf, in plaats van een debat. Hoewel er een aardige discussie op gang is gekomen, had ik meer de indruk dat Kobe Ilsen de minister van Onderwijs de mond wilde snoeren omdat de tijd bijna om was, in plaats van een deftig dialoog te voeren.
Een luchtiger en grappiger onderwerp was “Thomas Vanderveken bij senioren”. Hij testte voor Volt het proefproject “grannysitting” uit, dat in Gent loopt. Volgens mij een zeer mooi initiatief.
Als laatste was er natuurlijk de Volt-reclametest. Met de haardroger van Babyliss zouden alle krullen verleden tijd moeten zijn. Drogen en ontkrullen gebeurt tegelijkertijd, in één gemakkelijke beweging. Zo tover je je krullen om, in mooi, glad, glanzend haar. NOT! Maar dit wist ik natuurlijk al op voorhand, omdat ik zelf in de reclameboodschap ben getuimeld. Toch was het een mooie uitsmijter.

volt

Reportage Solden

Voor het vak ‘Journalistieke Praktijk’ moesten we een reportage maken die 30 seconden duurt. Mijn partner in crime was Els De Hoon en als onderwerp kozen we voor de solden. Hieronder kunt u naar het eindwerk kijken.

Nog even de tekst voor de slechthorenden:
De solden zijn op zaterdag 3 januari van start gegaan. De eerste dagen zijn een overweldigend succes gebleken. De economische crisis zorgt ervoor dat de meeste mensen gewacht hebben tot de koopjes. De eerste dagen lopen de kortingen op tot gemiddeld 40%. De winkeliers zijn enthousiast, want met de succesverkoop hopen zij het verlies van de afgelopen maanden goed te maken. De solden lopen nog tot en met 31 januari.

Blogvragen ‘Journalistieke Praktijk’.

Flash TV

Wat heb ik gedaan?
De opdracht was duidelijk, maak een reportage van maximum 30 seconden over een onderwerp dat verband heeft met de Plantijn Hogeschool. Wij hebben gekozen voor de solden.
Els en ik hebben samen de koude getrotseerd om op de Meir te kunnen filmen. We hebben later ook een bijhorend tekstje gemaakt en ik heb de tekst nog ingesproken.

Hoe heb ik het aangepakt?
Tijdens de “vakantie” hebben we diep nagedacht welk onderwerp we konden kiezen. We kozen uiteindelijk voor de solden, omdat dat actueel was op het moment en dat nog enig verband had met de doelgroep van Flash TV. Tijdens het filmen zelf volgden we de instructies op, zodat we tijdens het monteren zeker niet in de problemen kwamen en nog eens de koude moesten trotseren. Gedurende het monteren viel er niet veel te doen, alleen wat tips verzamelen voor volgende opdrachten.

Wat was er moeilijk en hoe heb ik het opgelost?
Ik word overduidelijk altijd op de verkeerde momenten ziek en dit bracht me in de problemen. Ik moest de verloren lessen inhalen, maar dit was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Week 13 werd als reserveweek ingesteld, maar na overleg met Meneer Van Doninck mocht ik het filmpje toch met mijn eigen klas maken. Spijtig genoeg had iedereen al groepjes gemaakt en niemand leek, op het eerste moment, met mij een nieuw groepje te willen vormen. Godzijdank kwam daar reddende engel Els, die mijn vertrouwen in de mensheid een beetje wist te herstellen door zich aan te bieden.
Ten tweede waren alle camera’s al gereserveerd en was iedereen verplicht om toch nog de 13e week te filmen. Reserveren kon op geen ander ogenblik, dus moet je je er ook maar bij neerleggen, want het filmpje moest woensdag al af zijn.

Wat vond ik er leuk aan?
Het filmen vond ik wel fijn, ook al moest dit bij weer van -2°. Het is in ieder geval een goede voorbereiding voor later.

Maatschappelijke topics (5).

Sportbedrijven en sportevenementen.

Al jaren worden de Olympische Spelen gesponsord door economische ondernemingen zoals Coca Cola, McDonalds en natuurlijk sportbedrijven als Nike, Adidas en Puma. Deze laatste zijn een logische keuze, omdat de Spelen een sportevenement is.
De bedrijven betalen om reclame te mogen maken en met succes! Puma, onder andere, maakt gretig gebruik van de Olympische Spelen om extra geld in het laatje te brengen. Het sportbedrijf rekent op een enorme meerverkoop door het sportfeest. De Spelen betekent voor het bedrijf extra werk en volle winkelrekken. Spijtig genoeg gebeurt dit niet altijd op de meest ethische manier.

Bron: Weiss, P. (16 juli 2004). Arbeiders uitgebuit door Nike, Puma en co. Het Nieuwsblad. Geraadpleegd op 3 januari 2009, http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=G0S7E1H8

Arbeiders uitgebuit door Nike, Puma en co.

Nog twee weken en de Olympische Spelen beginnen. ’s Werelds grootste sportfeest betekent voor duizenden uitgebuite arbeiders in lagelonenlanden extra werk, maar vooral extra ellende. Dat zegt de derdewereldorganisatie Oxfam die enkele fabriekjes bezocht.

In een klein naaiatelier in het centrum van Bangkok stikt de 22-jarige Phan sportschoenen voor Puma. Met de Olympische Spelen voor de deur werkt ze shiften van zestien uur. Puma rekent net als de andere sportmerken straks met een enorme meerverkoop door de Spelen. De winkelrekken moeten tegen dan gevuld zijn.

Phan’s werkgever heeft een order en een deadline. Als hij die niet haalt kan hij zijn zaak sluiten. Phan en de andere arbeidsters naaien zich de vingers krom.

,,Ik werk van acht uur ’s morgens tot drie uur ’s nachts. Overdag krijg ik een uurtje pauze om te eten en naar het toilet te gaan. Het regime duurt al enkele weken. Onze baas dreigt met ontslag als we niet doorwerken.” Phan verdient met haar labeur vijftig dollar per maand. Vijftien dollar gaat terug naar de patron die een bijdrage aanrekent voor eten, elektriciteit en verzekering.

Zoals Phan zijn er duizenden arbeiders en arbeidsters die in sweatshops worden uitgebuit om voor de grote sportmerken op tijd voldoende schoenen, truitjes of voetballen te produceren tegen de Olympische Spelen. Hulporganisatie Oxfam bezocht fabriekjes en ateliers in onder meer Bulgarije, Turkije, Cambodja, Indonesië, Thailand en China. De waarnemers rapporteerden onmenselijke arbeidsomstandigheden, hongerlonen en te hoge werkdruk. In geen van de bezochte fabriekjes waren vakbonden toegestaan.

Olympische hypocrisie

Van de dure eed die de sportmultinationals enkele jaren geleden zweerden om paal en perk te stellen aan de uitbuiting lijkt niet veel meer over. Nog erger vindt Oxfam de hypocrisie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat de ogen sluit voor het misbruik. Volgens de hulporganisatie werkt het IOC zelfs mee aan de uitbuiting door de eigen merchandising uit te besteden aan de grote sportmerken. In België is bijvoorbeeld Adidas licentiehouder voor het Belgische Olympische Comité. Volgens Oxfam is er geen enkele controle op de productie van vlaggen, shirts, broeken of schoenen die de olympische ringen of het olympische logo dragen.

,,Het Olympische Comité zou garanties moeten vragen van zijn sponsors en licentiehouders dat ze de rechten van arbeiders respecteren. Enkel op die manier kan je op een waardige manier de Olympische spelen vieren”, zegt Oxfam-woordvoerder Adrie Papma. De Spelen in Athene vinden straks overigens plaats onder het motto: Celebrate Humanity. Leve de Mens(elijk)heid.